Wat maakt een topatlete op het moment suprême écht succesvol? Het antwoord ligt niet alleen in duizenden trainingsuren, een ijzersterke conditie of een perfecte techniek. In een nieuwe documentaire over de Nederlandse atletiekploeg wordt juist een andere kant van het succes zichtbaar: de mentale voorbereiding. En daar blijkt spanning helemaal geen vijand te zijn. Voor Nadine Visser hoort zenuwachtig zijn er juist bij. De spanning die ze voelt voor een belangrijke wedstrijd betekent volgens de Nederlandse topatlete niet dat ze onvoldoende voorbereid is. Het laat juist zien dat ze er klaar voor is, dat ze beseft wat er op het spel staat en vooral dat ze ontzettend veel zin heeft om te presteren. Gezonde spanning voor Nadine Visser
Nadine Visser vertelt openhartig over de zenuwen die ze voorafgaand aan wedstrijden voelt. Waar spanning voor sommige sporters misschien iets is waar ze vanaf willen, probeert Nadine het juist te accepteren. Ze weet inmiddels dat die zenuwen niet betekenen dat ze onzeker is. Juist omdat ze haar voorbereiding serieus heeft genomen, kan ze de spanning zien als iets positiefs. Haar lichaam staat op scherp, haar hoofd is volledig met de wedstrijd bezig en ze weet dat het moment waarop ze zo lang heeft gewacht eindelijk is aangebroken. Die gezonde spanning kan haar uiteindelijk juist helpen om beter te presteren.
Het vuur moet blijven branden
Dat mentale aspect komt bij meerdere Nederlandse atletes terug in de documentaire. Succes draait volgens hen namelijk niet alleen om wat je tijdens een training doet. Je moet het vuur voor je
sport ook buiten de baan blijven aanwakkeren. Halverwege wordt treffend gezegd dat het iets is waarmee je wakker wordt en waarmee je naar bed gaat. En dat klinkt misschien intens, maar voor topsporters is het eigenlijk heel herkenbaar. Als je jarenlang naar een groot toernooi toewerkt, houdt je hoofd daar niet op zodra de training klaar is. Je denkt na over je volgende wedstrijd, over wat beter kan en over de prestaties die je wilt neerzetten. Het doel blijft voortdurend aanwezig. Dat vuur zorgt ervoor dat je iedere dag opnieuw bereid bent om jezelf uit te dagen.
Femke Bol: geloof in je eigen dromen
Ook
Femke Bol heeft in de documentaire een duidelijke boodschap voor haar collega-atletes. Volgens Femke is het ontzettend makkelijk om jezelf te onderschatten. Zelfs wanneer je al jarenlang tot de absolute wereldtop behoort, kun je jezelf nog steeds afvragen of je wel goed genoeg bent. Juist daarom vindt ze het belangrijk om in je eigen dromen te geloven. Als je daadwerkelijk gelooft dat je iets kunt bereiken, verandert volgens Femke ook de manier waarop je aan de start verschijnt. Je staat daar niet alleen als iemand die hoopt dat het goed gaat, maar als iemand die ervan overtuigd is dat het mogelijk is. En dat kan volgens haar net dat extra stukje opleveren. Je haalt iets uit jezelf wat er misschien niet was geweest wanneer je vooraf al twijfelde.
"Geloof in je dromen"
- Femke BolSamen staan de sporters sterker
En daar komt nog een belangrijk voordeel van de Nederlandse atletiekploeg bij: je hoeft het allemaal niet alleen te doen. Femke merkt dat het makkelijker wordt om in jezelf te geloven wanneer je omringd bent door andere atletes die hetzelfde meemaken. Je ziet collega's trainen en goede prestaties neerzetten. Je ziet dat iemand anders een grens doorbreekt waarvan jij misschien dacht dat die niet haalbaar was. En daardoor wordt het vanzelf makkelijker om te denken: als zij het kan, waarom zou ik het dan niet kunnen? Dat zorgt voor een bijzondere dynamiek binnen een team. Hoewel atletes tijdens wedstrijden natuurlijk concurrenten van elkaar kunnen zijn, kunnen ze elkaar tegelijkertijd enorm versterken.
Een mindset die je iedere dag nodig hebt
De Nederlandse atletes laten daarmee zien dat succes op een EK veel verder gaat dan de paar minuten waarin ze daadwerkelijk in actie komen. Het begint al veel eerder. Met de trainingen en de keuzes die ze dagelijks maken. En met de overtuiging dat die dromen daadwerkelijk haalbaar zijn. Het vuur moet blijven branden. Je wordt ermee wakker en uiteindelijk ga je er zelfs mee naar bed. Dat klinkt misschien als een enorme verplichting, maar voor deze atletes lijkt het vooral iets anders te betekenen: ze houden voortdurend vast aan het doel waarvoor ze iedere dag trainen.
Geloven voordat je het laat zien
Misschien vat Femke Bol het uiteindelijk wel het beste samen. Het is makkelijk om jezelf te onderschatten. Juist daarom moet je jezelf toestaan om groot te dromen. Want wanneer je eenmaal gelooft dat je iets kunt, verandert ook de manier waarop je ervoor gaat. Dat betekent niet dat succes gegarandeerd is. Maar je geeft jezelf in ieder geval de beste kans om alles uit jezelf te halen. En precies dat lijkt de rode draad in de verhalen van de Nederlandse atletes. Gezonde zenuwen, een brandend vuur en het vertrouwen dat je dromen werkelijkheid kunnen worden.