Bij Oranje is blijkbaar niet alleen de tactiek onderwerp van gesprek, maar tegenwoordig ook het aantal sterren boven de voordeur van het hotel. De KNVB zou bewust kiezen voor iets minder luxe accommodaties rondom wedstrijden van het Nederlands elftal, omdat te veel comfort volgens directeur voetbal Nigel de Jong mogelijk voor een bepaalde vorm van gemakzucht kan zorgen. Noa Vahle kan er echter maar moeilijk in meegaan en ook Hélène Hendriks heeft bepaald geen begrip voor die redenering. Sterker nog, zodra het onderwerp ter sprake komt, schiet Hélène er behoorlijk fel in. Want laten we eerlijk zijn, zo redeneert ze, we hebben het hier niet over voetballers die ineens op een camping worden gezet. Ook het minder luxe hotel waar Oranje verbleef, beschikt nog altijd over vier sterren. Van afzien is dus bepaald geen sprake. Vier sterren is nog altijd behoorlijk luxe
Noa Vahle bespreekt het onderwerp in haar podcast en lijkt zich vooral te verbazen over de manier waarop de KNVB het presenteert. Er wordt gesproken over bewust minder luxe, maar wanneer je vervolgens kijkt naar de daadwerkelijke accommodatie, blijkt het allemaal behoorlijk mee te vallen. Vier sterren is immers nog altijd vier sterren. Het is dus niet zo dat de internationals na een lange vlucht met hun koffers een eenvoudig bed moeten zoeken in een hostel of ergens met z'n tienen op een slaapzaal terechtkomen. Het hotel is gewoon comfortabel, professioneel ingericht en van alle gemakken voorzien. Dat maakt de verklaring van de KNVB volgens Noa dan ook wat lastig te verkopen. Als het doel werkelijk is om spelers minder comfortabel te laten leven zodat ze scherper blijven, zou je kunnen verwachten dat het verschil tussen de accommodaties wat groter is. Maar blijkbaar moet de luxe vooral een klein stapje terug.
Nigel de Jong ziet een verband met gemakzucht
De achtergrond van de discussie ligt bij Nigel de Jong, directeur voetbal bij de KNVB. Hij heeft aangegeven dat een overvloed aan luxe volgens hem ook iets kan doen met de mentaliteit van een groep. Het idee daarachter is dat topsporters, ondanks hun professionele instelling, misschien minder scherp worden wanneer alles om hen heen extreem comfortabel is. Een luxe hotel, uitstekende faciliteiten en alle mogelijke gemakken kunnen volgens die gedachte onbewust bijdragen aan een gevoel van gemak. En dus wordt er gekeken naar accommodaties die iets minder luxe zijn. Ook tijdens het verblijf in Kansas werd die aanpak toegepast. Oranje verbleef daar eveneens niet in het meest luxe hotel dat beschikbaar was. Het past binnen een bredere gedachte waarbij de KNVB probeert te kijken naar alles wat invloed kan hebben op de prestaties van het team. Op papier klinkt dat misschien als een interessante psychologische benadering. Alleen is Hélène Hendriks er absoluut niet van overtuigd dat dit in de praktijk ook maar iets oplevert.
Hélène: "Dat vind ik echt onzin"
Wanneer het onderwerp wordt besproken, laat Hélène duidelijk merken dat ze weinig heeft met de gedachte achter de hotelkeuze. "Met die psychologie kan ik helemaal niks. Dat vind ik echt onzin", is haar reactie. "Denken we nou werkelijk dat professionele voetballers lui worden omdat ze in een vijfsterrenhotel slapen?" Volgens Hélène is dat een nogal merkwaardige veronderstelling. Deze spelers zijn immers gewend om op het hoogste niveau te presteren. Ze trainen iedere dag, spelen wedstrijden onder enorme druk en hebben een professionele staf om zich heen die zich met vrijwel ieder onderdeel van hun voorbereiding bezighoudt. Dat ze vervolgens in een luxe hotel terechtkomen, betekent volgens haar niet ineens dat ze de volgende ochtend besluiten om de training maar over te slaan.
"Denk je nou echt dat die lui worden?"
Daarmee komt Hélène tot misschien wel haar meest veelzeggende punt. "Het zijn professionals", benadrukt ze in de discussie. En precies daarom vindt ze het moeilijk te geloven dat de hotelkamer waarin ze slapen een wezenlijke invloed heeft op hun motivatie. Denk je nou echt dat die lui worden van een vijfsterrenhotel? Dat is eigenlijk de vraag die onder haar hele betoog ligt. Een speler die jarenlang alles heeft gedaan om de top te bereiken, zou volgens Hélène niet plotseling minder hard gaan werken omdat zijn hotel een zwembad, een luxe restaurant of een iets zachter matras heeft. Sterker nog, je zou ook kunnen redeneren dat topsporters juist gebaat zijn bij comfort wanneer ze moeten herstellen.
Luxe of niet, de druk blijft hetzelfde
De spelers weten precies waarvoor ze daar zijn. Ze worden bekeken door miljoenen mensen, dragen het shirt van het Nederlands elftal en weten dat iedere wedstrijd onder een vergrootglas ligt. Of ze de nacht ervoor nu in een viersterren- of vijfsterrenhotel hebben geslapen, verandert weinig aan die verantwoordelijkheid. De vraag is daarom vooral of de omgeving daadwerkelijk zo'n grote invloed heeft op de prestaties als de KNVB denkt. Noa lijkt daar kritisch naar te kijken en Hélène is nog een stuk stelliger. Voor haar is het idee dat luxe automatisch tot luiheid leidt simpelweg te gemakkelijk. Noa lijkt daar niet zomaar in mee te gaan en Hélène maakt er helemaal korte metten mee. Want als je een groep professionele voetballers vraagt om alles te geven voor Oranje, mag je toch aannemen dat ze dat ook doen wanneer er na de training een luxe hotelkamer op ze wacht?