Politica Nathalie van Berkel
Nathalie van Berkel is een Nederlandse politica voor D66. Sinds 12 november 2025 was zij lid van de Tweede Kamer, waar zij de portefeuilles financiën, financiële markten, toeslagen en Rijksuitgaven beheerde. Voor haar Kamerlidmaatschap werkte zij bij de gemeenten Rotterdam en Amsterdam. In 2019 werd zij benoemd tot lid van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), een functie die aanvankelijk liep tot medio 2024 en later werd verlengd tot 1 september 2026. Daarnaast was zij van 2021 tot 2025 voorzitter van het Netwerk van Publieke Dienstverleners.
Nathalie van Berkel D66
Van Berkel was eerder enige tijd lid van het bestuur van de Partij van de Arbeid in Rotterdam. In 2025 stond zij voor D66 op de tweede plek van de conceptkandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van oktober 2025. Na vaststelling van de definitieve kandidatenlijst werd zij door de leden naar de zesde plaats verwezen.
Bij de verkiezingen behaalde zij 41.438 voorkeurstemmen. Op 12 november 2025 werd zij beëdigd als Tweede Kamerlid. Binnen de D66-fractie kreeg zij de portefeuilles financiën, financiële markten, toeslagen en Rijksuitgaven toegewezen.
Controverse rond Nathalie van Berkel
Op 9 februari 2026 werd Van Berkel door D66 voorgedragen als staatssecretaris van Financiën in het te vormen kabinet-Jetten. Een week later berichtte de Volkskrant dat zij in haar curriculum vitae op LinkedIn jarenlang onjuiste informatie had vermeld over haar opleidingen.
Zo had zij aangegeven een master Public Management (bestuurskunde) aan de Universiteit Leiden te volgen. Ook vermeldde zij een studie rechten aan de Erasmus Universiteit, terwijl zij die studie had afgebroken zonder de propedeuse te behalen.
Van Berkel verklaarde dat zij haar cv naar eigen zeggen “naar eer en geweten” op basis van haar geheugen had ingevuld, maar erkende dat zij de informatie duidelijker had kunnen formuleren. Tegelijkertijd kwam naar voren dat zij bij een eerdere sollicitatie eveneens onjuiste informatie over haar opleiding had verstrekt.
Naar aanleiding van de ontstane commotie trok zij zich op 16 februari 2026 terug als beoogd staatssecretaris. Op 17 februari 2026 liet zij weten ook haar zetel in de Tweede Kamer neer te leggen en zich terug te trekken uit de landelijke politiek.