Zo kies je een broek die goed zit zonder stijl in te leveren

Nieuws
artikel_20375_afbeelding
Een broek kan er staand prima uitzien en zodra je gaat zitten ineens totaal anders voelen. De taille snijdt, de stof trekt over je bovenbenen of de pijpen kruipen omhoog. Dat zijn geen kleine details: een broek draag je uren achter elkaar, vaak terwijl je loopt, fietst, rijdt en zit.
Wie een goede broek zoekt, doet er daarom goed aan verder te kijken dan alleen taillemaat en kleur. De verhouding tussen taille, zitvlak, bovenbeen, pijp en lengte bepaalt uiteindelijk of een model echt werkt.

De taille moet blijven zitten zonder te knellen

Een broek hoort op zijn plek te blijven zonder dat een riem al het werk doet. Te ruim betekent vaak dat de stof rond heupen en kruis gaat zakken. Te strak merk je vooral tijdens zitten, wanneer je buik en heupen vanzelf een andere houding aannemen.
Pas een broek daarom niet alleen rechtop. Ga in het pashokje even zitten of hurk. Voel je direct spanning rond de tailleband of het kruis, dan wordt dat na een paar uur waarschijnlijk niet prettiger. Een klein beetje stretch kan extra bewegingsvrijheid geven, maar is geen vervanging voor een passende snit.

Ruimte bij bovenbenen is geen detail

Bij mannen met stevigere bovenbenen ontstaat vaak een bekend probleem: een maat groter geeft genoeg ruimte bij de benen, maar wordt vervolgens te ruim bij de taille. Een andere fit kan dan beter werken dan simpelweg opschalen.
Wie grote maten broeken heren vergelijkt, kan daarom het beste letten op de verschillende modellen binnen het assortiment en niet alleen op de beschikbare maat. Een recht model, meer ruimte rond het bovenbeen of een andere taillehoogte kan het verschil maken tussen “het past” en “dit zit echt goed”.

Kijk naar de rise, ook als je dat woord nooit gebruikt

De afstand tussen kruis en tailleband wordt vaak de rise genoemd. Die bepaalt waar een broek op je lichaam eindigt. Een lage taille kan bij zitten sneller naar beneden trekken; een hogere taille biedt soms meer rust rond buik en onderrug. Wat prettig is, hangt af van je bouw en van hoe je je broek graag draagt.
De herenmodegids Gentleman’s Gazette legt in een uitgebreide uitleg over hoe een broek op verschillende punten hoort te vallen uit dat taille, zitvlak, bovenbeen en lengte samen moeten worden beoordeeld. Dat is nuttiger dan één regel over “de juiste maat”.

Lengte verandert de hele uitstraling

Te lange pijpen hopen zich op boven de schoen en maken een nette broek snel slordig. Te kort kan bewust stijlvol zijn, maar moet er dan ook zo uitzien. Kijk dus naar het type schoen waarmee je de broek meestal draagt.
Bij een casual jeans mag er wat meer breuk op de schoen zitten. Bij een nettere pantalon geeft een rustigere lijn vaak een verzorgder beeld. Een kleermaker kan een goede broek relatief eenvoudig inkorten; een verkeerde pasvorm bij heupen of bovenbenen is veel lastiger te herstellen.

Comfort kan er juist verzorgd uitzien

Mannenzaken schreef eerder over mode-items waarin comfort en uitstraling samengaan. Dat uitgangspunt is bij broeken extra relevant. Comfort betekent niet automatisch joggingstof of een wijde pasvorm. Een broek die goed is gesneden oogt vaak juist rustiger, omdat er minder trekplooien en ophopingen in de stof ontstaan.
Combineer dat met een materiaal dat past bij de gelegenheid. Denim kan tegen een stootje, een chino beweegt makkelijk tussen casual en verzorgd en een pantalon geeft meer structuur aan een zakelijke of feestelijke outfit.

Koop voor je echte dag, niet voor de spiegel

Bedenk waar je de broek meestal draagt. Zit je veel in de auto, dan krijgt de tailleband andere belasting dan wanneer je de hele dag loopt. Fiets je naar kantoor, dan telt ruimte rond bovenbeen en knie extra zwaar. Draag je vaak hoge boots, dan wil je misschien een andere pijpwijdte dan bij sneakers.
De beste broek is uiteindelijk niet degene die op een hanger het indrukwekkendst oogt. Het is de broek die je aantrekt zonder er gedurende de dag nog over na te hoeven denken.
loading

Loading